Dieren bij de Vechtehof

De beide historische Vechtehof gebouwen zijn één van de topattracties van de dierentuin en bieden onderdak aan talrijke met uitsterven bedreigde huisdierrassen.

 

Bont Bentheimer varken

Het bonte Bentheimer varken werd in de jaren zeventig alleen nog door 1 fokker gehouden. Bijna in de laatste minuut zijn er geïnteresseerden voor dit ras gevonden. In 2003 werd in de dierentuin van Nordhorn de “vereniging tot behoud van het bonte Bentheimer varken e.V.”opgericht. In de dierentuin wachten nakomelingen van de varkens op een eigen “biggenknuffelplek”er op om geaaid te worden.

 

Bentheimer landschaap

Het graafschap Bentheim was ook voor dit ras naamgevend. Het robuuste, pretentieloze Bentheimer schaap werd tot in de jaren vijftig vooral ingezet voor de beweiding van heidegebieden. Met het verdwijnen van deze landschappen raakte ook het schaap vergeten. In 1970 waren er nog maar 50 geregistreerde stamboekdieren. De dierentuin beweidt met het grootste deel van zijn kudde natuurgebieden die aan haar zorg zijn toevertrouwd.

 

Poitou-ezel

De reus onder de ezels is de poitou-ezel, uit de gelijknamige streek in het westen van Frankrijk. Zij werden vroeger gebruikt om te kruisen met paarden voor het fokken van bijzonder krachtige muilezels. Sinds muilezels door machines zijn vervangen, verdween ook de interesse voor deze ezels. Tegenwoordig spant een klein eigen fokverbond, waar ook de Nordhornse dierentuin bij is aangesloten, zich in voor het behoud van deze imposante huisdieren.

 

Zwartbont Niederungsrund

Dit oud-Duitse zwartbonte Niederungsrund is een oud, regionaal runderras dat vroeger vaak voor het vlees en de melk gehouden werd. De oud-Duitse zwartbonten zijn echte rariteiten, waarvan het voortbestaan sterk bedreigd wordt. Het voorkomen van deze dieren is bijna net zo zeldzaam als dat van de Siberische tijger – er zijn er wereldwijd nog maar 60 fokdieren.

Galloway rund

Het Galloway rund is een geschikt, hoornloos en robuust ras uit zuidwest Schotland dat het hele jaar in de wei kan doorbrengen. De kleine dierentuinkudde beweidt van april tot november het Bentheimer woud. Hier vindt onderhoud van het bos op een historisch verantwoorde manier plaats.

Nederlandse landgeit

De Nederlandse landgeit is een zeer sterk ras dat in Nederland gefokt werd. De dieren werden eveneens voor de beweiding in bosgebieden ingezet. Daar vreten ze de jonge opslag en zelfs braamstruiken en biezen.

Cröllwitzer kalkoen

Het relatief lichte Cröllwitzer kalkoen is genoemd naar het staats vogelfokstation in Halle-Crollwitz. De maatschappij voor het behoud van oude en bedreigde huisdierrassen heeft deze soort op de rode lijst staan. Het is zeer robuust en weerbestendig en daarom heel geschikt om buiten te houden.

Twentse landgans

De bontgekleurde Twents landgans stamt uit Nederland. Het is een landras dat zonder de inzet van huisdiervrienden eveneens verdwenen zou zijn. De dierentuin neemt deel aan een Nederlands project tot behoud van deze soort.

Twentse Grieze

De dierentuin van Nordhorn zet zich in, samen met de vogelfokvereniging Nordhorn, voor een oud kippenras dat zijn oorsprong heeft in de regio. Johann Wieking, leraar uit Nordhorn-Brandlecht ontfermde zich in 1921 over dit ras. Onze kraaienkoppen lopen overdag meestal vrij rond in de Vechtehof.

Gelderse slenk

Buitengewoon zeldzaam zijn de Gelderse slenken, een Nederlands duivenras dat vroeger ook regelmatig in het graafschap Bentheim gehouden werd. Het zijn middelgrote duiven met een trotse houding. Tijdens de vlucht slaan ze de vleugels boven en onder luid kletterend tegen elkaar.

 

Reuzenkonijn

In een verblijf waar je de dieren kunt aaien, leven de Duitse reuzenkonijnen. Dit konijnenras ontstond rond 1900 in het Rijnland uit soortgelijk getekende Belgische landkonijnen. Ze wegen meer dan 6 kg en zijn in de regel zwart-wit getekend.

Kromsnaveleend

In de wei bij het Heuerhaus leeft een eendenras met een opvallend gekromde snavel, waar het dier de naam aan te danken heeft. Volgens oude berichtgeving werden de kromsnaveleenden gefokt uit de Noordhollandse Witborsteend en werden in de jaren tachtig van de twintigste eeuw in Duitsland geïmporteerd.

Ooievaar

Op het dak van de Vechtehofstal bevindt zich een ooievaarsnest. Hier zijn al meerdere jaren met succes jongen opgegroeid. Het grootste deel van de dieren trekt op het einde van de zomer naar de overwinteringgebieden. Het vrouwtje is honkvast en ook in de winter te zien.

Muizenhuis

Geen echte boerderij zonder muizen. Dichtbij de Vechtehof bewonen de grappige kleurmuizen een eigen klein huisje. Liefdevol ingericht door de verzorgers, kun je hier een blik werpen op het leven van een grote muizenfamilie.